Basaalcelcarcinoom


Het basaalcelcarcinoom is de minst kwaadaardige vorm van huidkanker. Het groeit zeer langzaam, maar toch is een goede en tijdige behandeling noodzakelijk. Anders groeit het carcinoom verder de huid in en tast het de onderliggende weefsels aan, ook kraakbeen en botweefsel.

Betrokken huidcellen
Een basaalcelcarcinoom ontstaat in de basaallaag van de opperhuid; jonge reguliere huidcellen (keratinocyten) delen zich ongecontroleerd. Dit proces verloopt relatief langzaam en mede daardoor komen uitzaaiingen niet voor.

Waar komt het voor
Deze vorm van huidkanker ontstaat doorgaans op díe delen van de huid, waar de zon op kan schijnen. Dus in het gezicht, op de oren, in de nek, op hoofd en schouders. Op lichaamsdelen, die normaal niet aan zonlicht blootgesteld zijn, komt basaalcelcarcinoom eigenlijk maar weinig voor.

Bij wie komt het voor
Vroeger waren er niet veel mensen met basaalcelcarcinoom. Deze huidkanker zag men eigenlijk alleen bij oudere mensen, die beroepshalve veel buiten waren zoals bijvoorbeeld boeren en tuinders. Tegenwoordig zijn de meeste mensen die voor het eerst een basaalcelcarcinoom hebben minimaal van middelbare leeftijd (45 jaar). Er kan sprake zijn van erfelijke aanleg; dan ontstaan de carcinomen ook wel op jongere leeftijd. In enkele gevallen komt basaalcelcarcinoom voor door straling of door complicaties na verbranding, littekens, vaccinatieplekken of tatoeages. Zon - of liever UV-straling - is de grootste boosdoener bij het ontstaan van het basaalcelcarcinoom.

Hoe vaak komt het voor
Naar schatting ontstaan jaarlijks 75 duizend nieuwe basaalcelcarcinomen in Nederland. Aangezien er geen officiële, landelijke registratie is, zijn exacte getallen niet bekend. Het is mogelijk dat bij één persoon meerdere van deze carcinomen ontstaan. Van alle nieuwe gevallen van huidkanker per jaar, betreft het in ongeveer 85% een basaalcelcarcinoom.

Hoe ontstaat het
Net als bij het melanoom, is er bij basaalcel carcinoom sprake van huidcellen waarvan het DNA beschadigd is zodat de cellen zich ongeremd kunnen delen. Bij een basaalcelcarcinoom zijn het de huidcellen in de basaallaag van de opperhuid, de keratinocyten, waar een genmutatie plaatsvindt waardoor ze zich ongecontroleerd delen. Basaalcelcarcinomen zaaien zich niet uit.

Soorten basaalcelcarcinoom
Er zijn verschillende soorten basaalcelcarcinoom te onderscheiden. De belangrijkste zijn:

  • Nodulair basaalcelcarcinoom: is het meest algemeen en bevindt zich meestal in het gezicht. Het is een glazig, huidkleurig bultje, waarin vaak kleine bloedvaatjes zichtbaar zijn. Grotere exemplaren hebben in het midden vaak een kratertje. Dit type basaalcelcarcinoom groeit over het algemeen langzaam.

  • Sprieterig groeiende basaalcelcarcinoom: lijkt op het vorige type, waarbij de grens tussen het tumortje en de normale huid niet goed te onderscheiden is. Omdat het kleine uitlopertjes vormt in de huid wordt het “sprieterig” genoemd

  • Oppervlakkig groeiende basaalcelcarcinoom: groeit zeer oppervlakkig, vandaar de naam. Het kan erg op een eczeemplekje lijken.

Hoe te herkennen
De meest voorkomende vorm, het nodulair basaalcelcarcinoom ziet eruit als een glad, glazig knobbeltje, soms met verwijde bloedvaatjes, en het groeit maar langzaam. Midden op het knobbeltje ontstaat op een gegeven moment een nattig zweertje. De rand daarvan heeft een parelachtige glans. Op het zweertje komt een korstje, dat er ook weer gemakkelijk af gaat, waarna een nieuw korstje ontstaat.

Op het gezicht valt het carcinoom meestal wel op. Bevindt het zich op een arm, been of de romp, dan denken de betrokkenen vaak dat het een eczeemplekje is.

Risicofactoren

  • Genetische aanleg.
  • Zonlicht, vooral overmatige blootstelling aan zon in de kinderjaren.
  • Mensen met een lichte huid hebben minder natuurlijke bescherming tegen zonlicht.

Vooruitzichten
Zeer goed. Een basaalcelcarcinoom is goed te behandelen en zaait niet uit.

Hoewel een basaalcelcarcinoom niet levensbedreigend is, gaat het niettemin om een tumor. Dus is er sprake van een woekering. Die woekering kan aanzienlijke schade veroorzaken aan de huid, bijvoorbeeld bij neus, oog of oor. Vooral omdat basaalcelcarcinoom zich vaak voordoet in iemands gelaat, kan dit tot grote cosmetische problemen leiden. En dat is dan niet zo maar een schoonheidskwestie. Beschadiging van het gezicht heeft voor de meeste mensen die het overkomt ook een grote psychische uitwerking.

Behandeling
Chirurgie is de standaard behandeling van basaalcelcarcinoom, maar er zijn ook andere behandelingen mogelijk.

Chirurgie
Chirurgie heeft als voordeel, dat de verwijderde tumor door de patholoog onderzocht kan worden. Dat geeft zekerheid op de vraag of ‘alles’ nu weg is. Het litteken geneest doorgaans snel. Deze behandeling is daarom niet erg belastend. Bij een chirurgische behandeling wordt het basaalcelcarcinoom onder plaatselijke verdoving verwijderd. Om er zeker van te zijn, dat de tumor in zijn geheel verwijderd is, wordt een marge van enkele millimeters aangehouden. Bij voorkeur wordt het stukje huid met de tumor ovaalvormig weggesneden om de huid daarna weer goed te kunnen sluiten. Als er te weinig ruimte voor een ovaalvormig uitsnijding of er geen rek in de huid is, moet de huid gesloten worden door met nabij gelegen huid een stukje te schuiven. Bij hele grote basaalcelcarcinomen is zelfs huidtransplantatie noodzakelijk.



Mohs’ chirurgie

Een bijzondere vorm van chirurgie is de Mohs’ microchirurgie. Die wordt vooral toegepast bij sprieterig groeiende basaalcelcarcinomen op plaatsen als ooghoeken of de neus. Op die plekken is er geen ruimte om een ‘zekerheidsmarge’ van enkele millimeters aan te houden. Om er toch zeker van te zijn, dat de tumor voor 100% verwijderd is, onderzoekt de patholoog de tumor tijdens de operatie. De patholoog kan dan aangeven of het basaalcelcarcinoom geheel verwijderd is of niet en aangeven waar er nog een stukje tumorweefsel zit. De chirurg weet dan waar nog huidweefsel verwijderd moet worden.



Andere behandelingsvormen

Sommige basaalcelcarcinomen komen voor bestraling in aanmerking. Cosmetisch levert dat een mooi resultaat op. Alleen geeft het geen 100% zekerheid dat de tumor weg is.



Andere vormen van behandeling zijn: curetage en coagulatie (het wegschrapen van de tumor) of verwijdering door cryotherapie (bevriezing van de tumor). En tenslotte de fotodynamische therapie; dit is een nieuwe ontwikkeling, waarbij op de tumor een crème met een fotoactieve stof gesmeerd wordt. Door rood licht van de juiste golflengte wordt een reactie van de fotoactieve molecuul in gang gezet, waardoor de tumorcellen vernietigd worden.

Herhaling
Wanneer er een basaalcelcarcinoom wordt geconstateerd, bestaat de kans dat er nog meer gevonden worden. Mensen bij wie een basaalcelcarcinoom is weggehaald, lopen het risico, dat zich in de jaren daarna opnieuw basaalcelcarcinomen tot ontwikkeling komen.
Bij zo'n 40 tot 50% van de patiënten wordt er binnen 5 jaar opnieuw één of meerdere basaalcelcarcinomen ontdekt, 
op een andere plaats. De kans op een recidief (het behandelde basaalcelcarcinoom komt terug op de oorspronkelijke plaats) hangt af van de therapie die werd toegpast. Voor excisie, radiotherapie en cryotherapie is dat zo'n 10%, voor Mohs is dat 1 tot 2%.



Vanwege het herhalingsgevaar na de behandeling is het van belang de huid zelf heel regelmatig te blijven onderzoeken. Niet alleen op de eerder behandelde plaats, maar de gehele huid. Nacontrole van basaalcelcarcinomen is in 2008 afgeschaft; uitzondering hierop zijn mensen met een sterk door de zon beschadigde huid.

Onrustbarende stijging
Basaalcelcarcinoom is de meest voorkomende vorm van huidkanker bij blanke mensen. Omdat in de Nederlandse Kankerregistratie alleen de melanomen geteld worden, zijn precieze cijfers niet bekend. Maar door navraag bij dermatologen is bekend, dat het om onrustbarend snelstijgende cijfers gaat. In 1994 werd in Nederland het aantal gevallen van basaalcelcarcinoom nog op 18.000 per jaar geschat en in 1998 op 29.000; inmiddels is dit aantal opgelopen tot zo'n 75.000 gevallen per jaar.

Tekst: deze tekst is overgenomen uit het artikel “Wat u moet weten over huidkanker” in magazine HUID van het Huidfonds. Dit artikel is tot stand gekomen met medewerking van Dr. Gertruud Krekels, dermatoloog in het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven en lid van de Raad van Advies van de Stichting Melanoom. De tekst uit het artikel is aangevuld met informatie die eerder is gepubliceerd in Melanoom Nieuws, het nieuwsblad van de Stichting Melanoom.

Privacy statement

Disclaimer

Colofon

Stichting Melanoom is aangesloten bij de NFK en wordt financieel gesteund door KWF Kankerbestrijding